Doorgaan naar hoofdcontent

Hoe Steve J. van Carmel by the Sea in Luijksgestel belandde



Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… 

 


Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… 

Steve Jordan oefende het ritme voor ‘I got a Woman’, dat het John Mayer trio voor aanstaande zomertournee op de setlist had staan uitentreuren. 

Steve,  moet je weten, is een kleine zwarte drummer die in een arm Amerikaans gezin opgroeide en als klein kind de droom koesterde om rijk en beroemd te worden. Zijn vader was met stille trom vertrokken nadat General Motors failliet ging, kleine Steve, zijn drie broers en twee zusjes achterlatend bij een ontredderde moeder. Het geamputeerde gezin kwijnde armoedig weg in een koud en tochtig huis. Om de tijd te doden leerde Steve zichzelf een beetje trommelen maar hij wilde dolgraag drumlessen om beter te worden.
Er was geen geld om naar de Detroit Music Academy te gaan. Hij moest het met de trucjes doen die andere jongens uit de buurt hadden geleerd bij hun muziekcorps. En zelfs dat deden ze niet gratis. Ik bespaar je de ranzige details.

Zijn moeder zei ooit tegen hem: “Wanneer de leerling er klaar voor is, verschijnt de leraar vanzelf”. En och, als ze het had geweten was ze tien keer vaker op haar rug gaan liggen voor haar kinderen. De twee keer per maand dat ze het vol afschuw deed, was het om haar kroost te voeden. Maar zelf was ze te misselijk om te kunnen eten. Het sperma dat ze gedwongen werd door te slikken stonk naar sperzieboontjes. Sommige mannen hielden het bij vingeren waarna ze zich met groezelig water uit de regenton urenlang probeerde schoon te boenen. Het scheelde godsakker maar een haar of ze had een zevende kind gebaard dat vaderloos door het leven moest zien te komen. Haar tranen bleven verborgen voor de kinderen.

Een belangrijke les leerde Steve tijdens een muziekdemonstratie in het winkelcentrum van Detroit. Joe Morello stond op grote borden aangekondigd in de stad. Deze drummer had het hypnotiserende ritme van‘Take Five’ geschreven. Een prachtig kabbelende vijfkwartsmaat, waar overheen een landschap van pianoakkoorden gedrapeerd lag en de saxofoon kronkelige weggetjes baande, waarlangs het nummer naar een verre horizon zwabberde. 



Voordat het trio begon te spelen kwam Joe op de plaats van de saxofonist staan en zei: ‘ Hi guys. Pleased to see you all… Tegenwoordig spelen drummers  alles veel te vol. Goed drummen is de kunst van het weglaten. You know what I mean?’ Waarop hij achter zijn setje ging zitten en de beat zachtjes inzette. Doem tsjikke dinge doem Pah, Doem tsjikke dinge doem Pah….

Het bleek een groot gapend gat tussen altijd maar spierpijn van het spelen op pannendeksels, omgedraaide emmers en tandwielen en het glimmende drumstel waar Morello nu op zat te shinen….
Maar hier zat Steve nu, in zijn met drummen verdiende, eigen landhuis in Carmel-by-the-sea, CaliforniĆ«. Zeshonderd meter over het duin wandelen om naar de surfers te kunnen kijken die bovenop de golven van de Stille Oceaan naar het strand werden gedragen. Zijn veranda uitkijkend op een duingebied waar in de schemering herten komen scharrelen.  



En hier oefent hij de groove van ‘I got a woman’: Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Achter zijn eigen Sonor drumstel met de  initialen ‘SJ’ op het bassdrumvel geprint. Fabrikanten van drumstellen en cymbalen zijn maar al te blij dat deze pastoor uit de tempel van de ritmiek, op hun producten wil spelen. Hij leeft hier op zichzelf en comfortabel. Drie buurhuizen grenzen dicht tegen zijn villa aan, de rest ligt ver genoeg weg om met de schuifdeuren open te kunnen spelen zonder de hoortoestellen van de preterminale goegemeente te beschadigen. Steve was blij dat hij de ellende achter zich had gelaten. 
Tot vandaag. 

Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem…. Hoorde hij daar iets? Ja. Er werd op de voordeur gebonsd en de bel bleef maar gaan.
‘Yo, yo, yoohooo…I’m coming!’ 

Toen Steve de hal in liep hoorde hij het jeremiĆ«ren van een oude geit wiens uiers in een bankschroef leken te zitten. Op het moment dat hij het alarm van zijn deur afhaalde en de drie sloten opende, stonden daar de buurvrouw, samen met haar man en een uitzinnige bejaarde die hij niet kende, maar wist direct dat zij de gillende geit was. ‘Hello Steve, dit hier is…’ de buurvrouw wees op de schreeuwlelijk,’mijn lieve dochter.’ De ogen van Steve werden groter. Hoe kon deze grijsaard een dochter zijn van de veel jonger ogende buurvrouw?  En die witte heks bleef maar praten, prevelen en met lange uithalen wauwelen. Nu zag hij de smartphone in de handen van het hoefdier, waarmee ze zwaaiend probeerde een foto van hem te maken. De buurman griste de telefoon uit haar handen en leek de camera aan te willen zetten. 

‘Oh no, Oh no. No pictures man!’ Met zijn bepleisterde vingers weerde hij de camera af maar de pensionado stapte achteruit en wilde een plaatje schieten. ‘HĆ© zeg,  jij denkt dat je alles kunt maken?!’Maar toen was ineens haar telefoon leeg en ze had geen oplader bij zich. ‘Er was toch niemand thuis, toch? Hebben jullie last van mijn sound of wat?’ 

Steve greep met zijn linkerhand naar de langwerpige bronzen beugel om de deur dicht te kunnen smijten. WTF is dit? Hij deed een stap achteruit en trok de zware deur naar zich toe om hem stevig dicht te kunnen gooien. Maar de buurvrouw wierp zich tegen de deur en slaakte een kreet van pijn;

‘Whiehaaaaauuuuww…ik heb al een knieprothese en niet vooruitkomen hoe je wilt whiehaaaaauuuw… en nou smijt je de deur dicht tegen mijn geopereerde been!’ 

Steve stond door moedeloosheid geslagen, kromgebogen achter zijn voordeur in zijn gedachten te verdwijnen. Beroemd zijn heeft nadelen en dit is er duidelijk eentje van. De fans van John Mayer wisten steeds vaker deze plek in Carmel te vinden in de hoop een glimp van Mayer op te vangen. Maar die geile kutwijven kregen tot hun teleurstelling steevast Steve Jordan te zien. John was maar twee keer bij Steve thuis geweest en ƩƩn keer blijven slapen. Ze hadden ’s avonds op het terras naar het ruisen van de oceaan zitten luisteren en naar vallende sterren in de Melkweg zitten staren. Hoe later op de avond, hoe meer stiltes hun samenzijn omvatte. ‘Ik zou wel willen dat deze twee sterren vaker in stilte konden samenzijn. De grens van mijn verlangen is hier,’ had John gezegd. Edge of Desire… 



‘John. Geweldig! Edge of Desire!’, zei Steve. ‘Zo moeten we jouw schets noemen. Dat nummer over de zinloosheid, oneindigheid en alle moeite die we doen…’ De kleine drummer keek als een verliefd kind naar John. Maar John verbrak de betovering. Op cynische toon zei hij, ‘en eindelijk was daar dan die lang verlangde kus en ze leefden nog lang en gelukkig….’ 

Mayer wat een arrogante flikker, ploertige klokjesverzamelaar, hoerenzoon en klootzak ben jij! Geen wonder dat jouw fakking relaties geen stand houden met die vergiftigde ploert die hier tegenover me zit.

Hoewel Steve diep teleurgesteld was over hoe John de goede sfeer om had laten slaan in een kille en ongemakkelijke avond was de sfeer de volgende ochtend, op een ding na, weer normaal. ‘Heb jij nou mijn onderbroek aan?’, vroeg John op het moment dat Steve met een verse koffie het terras op kwam lopen. Geschrokken keek Steve naar zijn Spiderman onderbroek. ‘Geintje Steve. Love you man! Peace ;-)’

Whiehaaaaauuuuww…en toen waren de rapen gaar.  Steve trok de deur met een felle ruk open en plotseling stond ze daar…. ‘Je zal het maar druk hebben’, zei ze,  deed een stap naar voren en stak haar hand uit. ‘Anneke Valentijn is mijn naam.’ 

De lippen van Steve lieten een onhoorbaar ‘Wattafak’ zien. ‘Ik zeg maar zo, want dat is korter op deze manier… je moet als de bliksem de pleiterik maken hier. Wegwezen.’ Deze Anneke Valentijn priemde Jordan met haar ogen zoals de Romeinen dat ooit Jezus Christus met hamers, spijkers en het kruis hadden aangedaan: Steve stond als aan het marmer van zijn hallway genageld, de armen gespreid, de zweterige pleisters goed zichtbaar en met een blik of hij water zag branden. 

‘Luister tante’, verweerde Steve zich, ‘ik bel de politie en laat je oppakken voor huisvredebreuk. Maar ik kan je ook samen met deze bejaarden neerknuppelen.’ Steve greep naar de honkbalknuppel die aan de deurpost geklemd zat. ‘Of zal ik mijn riotgun gaan halen?’  ‘Genoeg keuze’, sprak Valentijn koel, met nog steeds haar felblauwe ogen op Jordan gefixeerd. ‘Ik ben benieuwd naar je verhaal.’ 

Welk verhaal? Valentijn haalde een mapje uit haar tasje. De foto’s rolden als een waterval naar beneden. Steve boog zich voorover om beter te kunnen zien wat zich daar afspeelde. Het was verschrikkelijk. Op alle foto’s was Steve naakt afgebeeld met vrouwen in de leeftijd van zes tot zes en tachtig jaar en er gebeurden dingen die hier niet genoemd kunnen worden. Steve was door Onze Schepper goed bedeeld in het penisgebeuren dat zeker, maar wat hij hier zag sloeg alles. ‘You gotta run baby. And I’am gonna save your ass’, lispelde Valentijn. 

De bejaarden stonden inmiddels alle drie met hun armen over elkaar en spijkerden Steve nog vaster op het kruis. ‘En je moet snel zijn’, sprak Valentijn rustig. ‘Over twee dagen worden deze foto’s afgeleverd bij Saturday Night Live’.  ‘Maar wat als….’, probeerde Steve.



Valentijn hief haar hand op zoals priesters dat kunnen. ‘Ik heb een schuilplaats voor je geregeld in Nederland. Je zult niets tekort komen en zelfs zo veel en hard kunnen drummen als je maar wil. Het is beter dat je nu je koffers pakt vriend. Mijn auto staat klaar en ik heb tickets geboekt naar Schiphol.’ Ze wenkte met haar hoofd naar de Lexus waarvan de kont in de zon stond te glimmen. ‘En dit is het persbericht dat naar de New York Times zal gaan.’ 

Steve griste het uit haar handen en las het met ontzetting.  Mijn God’, dacht hij, ‘ik zit in een spagaat maar dan met vijf benen…’ ‘Meen je dit nou echt,  miss Valentijn?’ Ze haalde nog wat foto’s uit haar tasje en wierp die Steve toe. Valentijn met Weinstein. Valentijn met Kevin Spacey. Valentijn met Roman Polanski. Allemaal mannen die door de #Me Too golf zijn gegrepen, meegesleept en samen met hun carriĆØres bij de vissen slapen. Ze haalde er nog een uit haar tasje. Een foto met Valentijn en….. John Mayer er op. ‘You gotta run baby…with miss Valentijn.’ En zo geschiedde.


Zwarte Bergen 2023

Die vijf jaar, vijf bijzondere jaren waren een absolute ommeslag. Valentijn bleek een geraffineerde sirene te zijn waar al meer reizen naar de mannelijke volwassenheid op stuk zouden lopen. Toen ze Steve in 2018 wegplukte uit de relatieve rust van CaliforniĆ« loodste ze haar slachtoffer met het grootste gemak door de douane en over de Atlantische Oceaan via Schiphol in een gehuurde Tesla naar de bossen van Luijksgestel. Nog net op tijd voordat de camping getransformeerd zou worden tot ophok ruimte voor arbeidsmigranten had Valentijn de locale politiek weten te hypnotiseren. Tot op de dag van vandaag is het onbegrijpelijk hoe de meningen van wethouders en burgemeester als een windvaan om waren geslagen. 




Het was op een regenachtige dag in het weekend ergens in het najaar van 2018 dat de gele hesjes in Parijs de boel kort en klein sloegen -en er zeven doden te betreuren waren- dat Jordan en Valentijn een chalet betrokken. Het was een goed geĆÆsoleerd vakantiehuis met de voor de ontheemde Amerikaan onbegrijpelijke naam ‘Krekwakwou’. Steve huilde toen ze het zandpad dieper het bos in opreden, dat vol plassen water en afgebroken takken lag. Valentijn troostte hem. ‘It’s gonna be all right Stevie. I fixed a nice drumkit for yoh.’ En inderdaad, toen Steve de kit zag staan lachte hij zijn eerste flauwe glimlach door zijn jetlag heen. ‘Van welke Chinees zal ik gaan afhalen Steve? China Garden of Wan Fun…uh Fung?’

‘Make it  China Garden,  Anneke’, en er viel berusting over Jordan heen. Hij zou veel gaan drummen, wandelen in de bossen rond Bergeijk en misschien een roman schrijven. What else? En zo komt het dat er, als je goed luistert en de wind uit het zuid westen waait, diep uit de bossen kunt horen: 

Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… 

‘Dat is echt  grappig’, zei laatst iemand tegen mij toen ik dit verhaal vertelde. ‘Ik heb zelden zoiets meegemaakt’, beweerde ik. ‘Ik zweer ‘t.’ Maar toen ik zei: ‘misschien heb ik het wel verzonnen, dit verhaal’, zei zij weer op z’n Brabants: ‘Da mende gij toch zeker nie!’, toen zei ik weer; ’ik heb ’t oe gezegd’. Luister maar eens as ge in de bossen bij Luijksgestel of de Weebosch bent. Dan kun dun ut horen: 

Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah…



Reacties

Populaire posts van deze blog

Power to the Pooperd

  Power to the Pooperd: Of, hoe we met knippen en kakken onze onmacht verminderen. Nog een paar dagen te gaan voordat Circus Trump begint. Kan dat goed gaan? Nee. Dat kan natuurlijk niet goed gaan en wij staan er machteloos bij. Het is namelijk niet ons land, niet onze cultuur en niet onze president. Maar we gaan het merken omdat hij een uiterst machtige politieke hooligan is. Met een gewapende, door ressentiment bezeten en een in boosheid gemarineerde F-side. En toch kunnen we iets doen vanuit onze kleine leefwereld hier in de Nederlanden. Daarover later meer.    Tulpen uit Amsterdam, Narcisten uit Washington Maar eerst, zou jij rustig ademhalen bij een zelfingenomen miljardair, die zijn dolle aanhangers het parlement liet bestormen omdat hij zijn herverkiezing verloren had? Een leider die de democratie in het gezicht uitlacht door staatsgeheimen te ontvreemden. Een narcist die desinformatie en leugens verspreidt, het land tot op het bot verdeelt zodat hij al...

Hier en Nuenen

Hier en Nuenen   Een zoektocht door de paden van mijn herinneringen. De foto hierboven laat de Oude Dijk in Nuenen, ergens in 1966 zien. De pony waar mijn oudere broer Jos op zit hoorde bij onze neven en nichten van de familie van Deurzen. Ik houd de teugel van het kleine paard vast, op instructie van papa, die met een Ilford camera het juiste perspectief zoekt. Daardoor zie je het zandpad naar de horizon vernauwen op deze lenteochtend. Een zondag. Want de kleren zijn netjes, en vader heeft tijd. De rest van de week werkte hij als typograaf in een drukkerij. De boombladeren zijn nog niet helemaal uitgelopen. En verderop groeit brem en hop. Klaprozen en korenbloemen waar hommels, meikevers en vliegende herten overheen zweven. De flarden van mensen en gebeurtenissen die mij dierbaar zijn schrijf ik hier  op. Uit liefde voor dat boerendorpje dat Nuenen ooit was. En de veelal fijne gedachten aan de mensen die ik op mijn pad tegen ben gekomen. En ook vanuit het besef dat ...

Ode aan mister Palar

  Volgens de wetenschap (en de Disney film ‘Inside Out’) is er in ons brein een prachtig geheugen- systeem geĆ«volueerd. Het voorziet herinneringen zorgvuldig van een labeltje plus een routekaart naar de opslag- en bewaarplaats. Wonderlijk! Er worden herinneringen aangemaakt, die een leven lang beschikbaar blijven voor ons bewustzijn.    Grijze pap (De voor jou) belangrijke gebeurtenissen sla je in aparte pakketjes op. Ze gaan via het werkgeheugen naar de sorteerafdeling om een nachtje af te koelen. Soms komen ze langs tijdens de beeldenstorm van een droom terwijl je slaapt. Wanneer herinneringen de moeite waard zijn voor jouw toekomst, worden ze doorgestuurd naar de afdeling kwaliteit. Hier vindt een ingenieus en bijna volledig geautomatiseerd (onbewust) sorteerproces plaats.  Een aantal herinneringen wordt gekoppeld aan leerprocessen die een bewust doel hebben, zoals een (vreemde) taal leren spreken en schrijven, een brommer opvoeren of karate beoefenen. En da...