Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah…
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah…
Steve Jordan oefende het ritme
voor ‘I got a Woman’, dat het John Mayer trio voor aanstaande zomertournee op
de setlist had staan uitentreuren.
Steve, moet je weten,
is een kleine zwarte drummer die in een arm Amerikaans gezin opgroeide en als
klein kind de droom koesterde om rijk en beroemd te worden. Zijn vader was met
stille trom vertrokken nadat General Motors failliet ging, kleine Steve, zijn
drie broers en twee zusjes achterlatend bij een ontredderde moeder. Het
geamputeerde gezin kwijnde armoedig weg in een koud en tochtig huis. Om de tijd
te doden leerde Steve zichzelf een beetje trommelen maar hij wilde dolgraag
drumlessen om beter te worden.
Er was geen geld om naar de Detroit Music Academy te gaan.
Hij moest het met de trucjes doen die andere jongens uit de buurt hadden
geleerd bij hun muziekcorps. En zelfs dat deden ze niet gratis. Ik bespaar je
de ranzige details.
Zijn moeder zei ooit tegen hem: “Wanneer de leerling er
klaar voor is, verschijnt de leraar vanzelf”. En och, als ze het had geweten
was ze tien keer vaker op haar rug gaan liggen voor haar kinderen. De twee keer
per maand dat ze het vol afschuw deed, was het om haar kroost te voeden. Maar
zelf was ze te misselijk om te kunnen eten. Het sperma dat ze gedwongen werd
door te slikken stonk naar sperzieboontjes. Sommige mannen hielden het bij
vingeren waarna ze zich met groezelig water uit de regenton urenlang probeerde
schoon te boenen. Het scheelde godsakker maar een haar of ze had een zevende
kind gebaard dat vaderloos door het leven moest zien te komen. Haar tranen
bleven verborgen voor de kinderen.
Een belangrijke les leerde Steve tijdens een muziekdemonstratie
in het winkelcentrum van Detroit. Joe Morello stond op grote borden aangekondigd
in de stad. Deze drummer had het hypnotiserende ritme van‘Take Five’
geschreven. Een prachtig kabbelende vijfkwartsmaat, waar overheen een landschap
van pianoakkoorden gedrapeerd lag en de saxofoon kronkelige weggetjes baande,
waarlangs het nummer naar een verre horizon zwabberde.
Voordat het trio begon te spelen kwam Joe op de plaats van
de saxofonist staan en zei: ‘ Hi guys. Pleased to see you all… Tegenwoordig
spelen drummers alles veel te vol. Goed
drummen is de kunst van het weglaten. You know what I mean?’ Waarop hij achter
zijn setje ging zitten en de beat zachtjes inzette. Doem tsjikke dinge doem Pah,
Doem tsjikke dinge doem Pah….
Het bleek een groot gapend gat tussen altijd maar spierpijn
van het spelen op pannendeksels, omgedraaide emmers en tandwielen en het
glimmende drumstel waar Morello nu op zat te shinen….
Maar hier zat Steve nu, in zijn met drummen verdiende, eigen
landhuis in Carmel-by-the-sea, Californiƫ. Zeshonderd meter over het duin
wandelen om naar de surfers te kunnen kijken die bovenop de golven van de
Stille Oceaan naar het strand werden gedragen. Zijn veranda uitkijkend op een
duingebied waar in de schemering herten komen scharrelen.
En hier oefent hij de groove van ‘I got a woman’: Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Achter zijn eigen Sonor drumstel met de initialen ‘SJ’ op het bassdrumvel geprint.
Fabrikanten van drumstellen en cymbalen zijn maar al te blij dat deze pastoor
uit de tempel van de ritmiek, op hun producten wil spelen. Hij leeft hier op
zichzelf en comfortabel. Drie buurhuizen grenzen dicht tegen zijn villa aan, de
rest ligt ver genoeg weg om met de schuifdeuren open te kunnen spelen zonder de
hoortoestellen van de preterminale goegemeente te beschadigen. Steve was blij
dat hij de ellende achter zich had gelaten.
Tot vandaag.
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem…. Hoorde hij daar iets? Ja. Er werd op de voordeur gebonsd en
de bel bleef maar gaan.
‘Yo, yo, yoohooo…I’m coming!’
Toen Steve de hal in liep
hoorde hij het jeremiƫren van een oude geit wiens uiers in een bankschroef
leken te zitten. Op het moment dat hij het alarm van zijn deur afhaalde en de
drie sloten opende, stonden daar de buurvrouw, samen met haar man en een
uitzinnige bejaarde die hij niet kende, maar wist direct dat zij de gillende geit
was. ‘Hello Steve, dit hier is…’ de buurvrouw wees op de schreeuwlelijk,’mijn
lieve dochter.’ De ogen van Steve werden groter. Hoe kon deze grijsaard een dochter zijn van de veel jonger ogende
buurvrouw? En die witte heks bleef
maar praten, prevelen en met lange uithalen wauwelen. Nu zag hij de smartphone
in de handen van het hoefdier, waarmee ze zwaaiend probeerde een foto van hem
te maken. De buurman griste de telefoon uit haar handen en leek de camera aan
te willen zetten.
‘Oh no, Oh no. No pictures man!’ Met zijn bepleisterde
vingers weerde hij de camera af maar de pensionado stapte achteruit en wilde
een plaatje schieten. ‘HĆ© zeg, jij denkt
dat je alles kunt maken?!’Maar toen was ineens haar telefoon leeg en ze had
geen oplader bij zich. ‘Er was toch niemand thuis, toch? Hebben jullie last van
mijn sound of wat?’
Steve greep met zijn linkerhand naar de langwerpige bronzen
beugel om de deur dicht te kunnen smijten. WTF
is dit? Hij deed een stap achteruit en trok de zware deur naar zich toe om
hem stevig dicht te kunnen gooien. Maar de buurvrouw wierp zich tegen de deur
en slaakte een kreet van pijn;
‘Whiehaaaaauuuuww…ik heb al een knieprothese en niet
vooruitkomen hoe je wilt whiehaaaaauuuw… en nou smijt je de deur dicht tegen
mijn geopereerde been!’
Steve stond door moedeloosheid geslagen, kromgebogen achter
zijn voordeur in zijn gedachten te verdwijnen. Beroemd zijn heeft nadelen en
dit is er duidelijk eentje van. De fans van John Mayer wisten steeds vaker deze
plek in Carmel te vinden in de hoop een glimp van Mayer op te vangen. Maar die
geile kutwijven kregen tot hun teleurstelling steevast Steve Jordan te zien.
John was maar twee keer bij Steve thuis geweest en ƩƩn keer blijven slapen. Ze
hadden ’s avonds op het terras naar het ruisen van de oceaan zitten luisteren
en naar vallende sterren in de Melkweg zitten staren. Hoe later op de avond,
hoe meer stiltes hun samenzijn omvatte. ‘Ik zou wel willen dat deze twee
sterren vaker in stilte konden samenzijn. De grens van mijn verlangen is hier,’
had John gezegd. Edge of Desire…
‘John. Geweldig! Edge of Desire!’, zei Steve. ‘Zo moeten we
jouw schets noemen. Dat nummer over de zinloosheid, oneindigheid en alle moeite
die we doen…’ De kleine drummer keek als een verliefd kind naar John. Maar John
verbrak de betovering. Op cynische toon zei hij, ‘en eindelijk was daar dan die
lang verlangde kus en ze leefden nog lang en gelukkig….’
Mayer wat een
arrogante flikker, ploertige klokjesverzamelaar, hoerenzoon en klootzak ben jij!
Geen wonder dat jouw fakking relaties
geen stand houden met die vergiftigde ploert die hier tegenover me zit.
Hoewel Steve diep teleurgesteld was over
hoe John de goede sfeer om had laten slaan in een kille en ongemakkelijke avond
was de sfeer de volgende ochtend, op een ding na, weer normaal. ‘Heb jij nou
mijn onderbroek aan?’, vroeg John op het moment dat Steve met een verse koffie
het terras op kwam lopen. Geschrokken keek Steve naar zijn Spiderman
onderbroek. ‘Geintje Steve. Love you man! Peace ;-)’
Whiehaaaaauuuuww…en toen waren de rapen gaar. Steve trok de deur met een felle ruk open en
plotseling stond ze daar…. ‘Je zal het maar druk hebben’, zei ze, deed een stap naar voren en stak haar hand
uit. ‘Anneke Valentijn is mijn naam.’
De lippen van Steve lieten een onhoorbaar ‘Wattafak’ zien. ‘Ik zeg maar zo, want
dat is korter op deze manier… je moet als de bliksem de pleiterik maken hier.
Wegwezen.’ Deze Anneke Valentijn priemde Jordan met haar ogen zoals de Romeinen
dat ooit Jezus Christus met hamers, spijkers en het kruis hadden aangedaan: Steve
stond als aan het marmer van zijn hallway genageld, de armen gespreid, de
zweterige pleisters goed zichtbaar en met een blik of hij water zag branden.
‘Luister tante’, verweerde Steve zich, ‘ik bel de politie en
laat je oppakken voor huisvredebreuk. Maar ik kan je ook samen met deze
bejaarden neerknuppelen.’ Steve greep naar de honkbalknuppel die aan de
deurpost geklemd zat. ‘Of zal ik mijn riotgun gaan halen?’ ‘Genoeg keuze’, sprak Valentijn koel, met nog
steeds haar felblauwe ogen op Jordan gefixeerd. ‘Ik ben benieuwd naar je
verhaal.’
Welk verhaal?
Valentijn haalde een mapje uit haar tasje. De foto’s rolden als een waterval
naar beneden. Steve boog zich voorover om beter te kunnen zien wat zich daar
afspeelde. Het was verschrikkelijk. Op alle foto’s was Steve naakt afgebeeld
met vrouwen in de leeftijd van zes tot zes en tachtig jaar en er gebeurden
dingen die hier niet genoemd kunnen worden. Steve was door Onze Schepper goed
bedeeld in het penisgebeuren dat zeker, maar wat hij hier zag sloeg alles. ‘You
gotta run baby. And I’am gonna save your ass’, lispelde Valentijn.
De bejaarden stonden inmiddels alle drie met hun armen over
elkaar en spijkerden Steve nog vaster op het kruis. ‘En je moet snel zijn’,
sprak Valentijn rustig. ‘Over twee dagen worden deze foto’s afgeleverd bij
Saturday Night Live’. ‘Maar wat als….’,
probeerde Steve.
Valentijn hief haar hand op zoals priesters dat kunnen. ‘Ik
heb een schuilplaats voor je geregeld in Nederland. Je zult niets tekort komen
en zelfs zo veel en hard kunnen drummen als je maar wil. Het is beter dat je nu
je koffers pakt vriend. Mijn auto staat klaar en ik heb tickets geboekt naar
Schiphol.’ Ze wenkte met haar hoofd naar de Lexus waarvan de kont in de zon
stond te glimmen. ‘En dit is het persbericht dat naar de New York Times zal gaan.’
Steve griste het uit haar handen en las het met
ontzetting. ‘Mijn God’, dacht hij, ‘ik zit
in een spagaat maar dan met vijf benen…’ ‘Meen je dit nou echt, miss Valentijn?’ Ze haalde nog wat foto’s uit
haar tasje en wierp die Steve toe. Valentijn met Weinstein. Valentijn met Kevin
Spacey. Valentijn met Roman Polanski. Allemaal mannen die door de #Me Too golf
zijn gegrepen, meegesleept en samen met hun carriĆØres bij de vissen slapen. Ze
haalde er nog een uit haar tasje. Een foto met Valentijn en….. John Mayer er
op. ‘You gotta run baby…with miss Valentijn.’ En zo geschiedde.
Zwarte Bergen 2023
Die vijf jaar, vijf bijzondere jaren waren een absolute
ommeslag. Valentijn bleek een geraffineerde sirene te zijn waar al meer reizen
naar de mannelijke volwassenheid op stuk zouden lopen. Toen ze Steve in 2018
wegplukte uit de relatieve rust van Californiƫ loodste ze haar slachtoffer met
het grootste gemak door de douane en over de Atlantische Oceaan via Schiphol in
een gehuurde Tesla naar de bossen van Luijksgestel. Nog net op tijd voordat de
camping getransformeerd zou worden tot ophok ruimte voor arbeidsmigranten had Valentijn
de locale politiek weten te hypnotiseren. Tot op de dag van vandaag is het
onbegrijpelijk hoe de meningen van wethouders en burgemeester als een windvaan
om waren geslagen.
‘Make it China
Garden, Anneke’, en er viel berusting
over Jordan heen. Hij zou veel gaan drummen, wandelen in de bossen rond
Bergeijk en misschien een roman schrijven. What
else? En zo komt het dat er, als je goed luistert en de wind uit het zuid
westen waait, diep uit de bossen kunt horen:
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah…
‘Dat is echt
grappig’, zei laatst iemand tegen mij toen ik dit verhaal vertelde. ‘Ik
heb zelden zoiets meegemaakt’, beweerde ik. ‘Ik zweer ‘t.’ Maar toen ik zei:
‘misschien heb ik het wel verzonnen, dit verhaal’, zei zij weer op z’n
Brabants: ‘Da mende gij toch zeker nie!’, toen zei ik weer; ’ik heb ’t oe
gezegd’. Luister maar eens as ge in de bossen bij Luijksgestel of de Weebosch
bent. Dan kun dun ut horen:
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah…
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah…
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah…
Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem p’taah… Boem-boem-taak-taak-boem-boem
p’taah…






Reacties
Een reactie posten