Kort na de dodenherdenking en Bevrijdingsdag kwamen mijn
gedachten bij mijn familie die nog dood zal gaan. Het komend jaar misschien al.
Ben jij ook zo bang dat de dood jou van je partner
scheidt? Of erger nog. Dat je dochter door een auto fataal wordt geschept. Je
zoon van zijn scooter valt en overlijdt? Je wil waarschijnlijk niet
doorlezen.
Anticiperen op dergelijk verlies roept angst, pijn en
afgrijzen op. De gedachte aan een dergelijke nachtmerrie alleen al maakt
somber. Het zet alle afweermechanismen in stelling.
De rauwe waarheid is dat deze afweer je zielenrust niet
gaat helpen. Jij gaat dood. Je ouders, partner en ook je kinderen gaan ooit
dood.
Wat is er gebeurd met ons vermogen om hier mee om te
kunnen gaan?
De 1,1 miljoen Nederlanders die aan de anti depressiva
zitten kunnen hier weinig zinnigs over vertellen. En ook de onzichtbaren die
benzodiazepinen tegen onrust en slapeloosheid gebruiken, slikken het ongemak
weg.
De huisarts goochelt met zijn machteloosheid door een
receptje te maken. Graag geholpen door pharma en de DSM-5. Die reiken de
diagnostische en chemische gereedschappen aan. Zodat de dokter na een zes
minuten consultje snel weer door kan naar de volgende patiënt, de 'geduldig
lijdende'...
Voor de dood moet
je sowieso niet bij een arts zijn. Die is er om je zo snel mogelijk beter te
maken. Niet dood.
Geduld oefenen en ruimte maken voor leed. We zijn er niet
meer zo goed in als 100 jaar geleden. Toen droegen mensen na een overlijden
rouwkleding, of een zwarte rouwband om de bovenarm. Een jaar lang.
De goegemeente hoefde geen onhandige vragen te stellen en
kon respectvol zwijgen. Troosten. Passend stil zijn of gepaste aandacht bieden
en gewoon samen zijn. Een rouwende mocht zichtbaar zijnen in het te dragen
leed, zodat gedeelde smart als halve smart beleefd kon worden. Heel normaal en
helend. En dan nóg is het loodzwaar om toe te werken naar de tijd dat er weer aan
andere dingen gedacht kan worden.
Ik heb de indruk dat we anno 2016 minder sterk staan dan
in 1916. We gaan niet meer massaal naar een kerk. Voor altijd jong en
sprankelend zijn is de norm. Genot en optimisme etaleren we op sociale media.
Maar hoeveel rouwenden zitten er in hun eentje voor hun flatscreen te
verpieteren?
Wie praat er drie maanden na een groot verlies nog
gemakkelijk over de emotionele wonden, zonder een advies om aan de pillen of
een rouwgroep te moeten?
Ik denk dat we als verzameling Nederlandse individuen
heel veel zwakke kaarten in het spel hebben, waarmee we ons gammele emotionele
huis gebouwd hebben.
Klote
Ik pleit voor meer normale ruimte voor het gesprek over
menselijk ongenoegen. Te beginnen in het basisonderwijs en bij de koffiecorner
van de Appie.
En ook zou ik willen dat de weerman van het journaal zich
eens wat kwetsbaarder op kon stellen door te benoemen wat voor een kloteweek
hij achter de rug heeft na zijn overleden hondje. Met een snik in zijn stem
voorspellen dat de zon desondanks gewoon door schijnt voor ons allemaal.

Reacties
Een reactie posten