Er zijn niet veel mensen die dat iets zegt. Het Piepke was een pijpenla waarin mijn peetoom Jan een cafetaria was begonnen ergens in de zestiger jaren. Zijn 'restaria' lag aan de Markt in Sittard. Samen met tante Corry en de kinderen woonde hij boven de zaak.
Oom Jan was de broer van mijn vader en eigenlijk de enige van zijn broers en zussen die als ondernemer aan de slag was gegaan. Waar mijn vader met moeite een Messerschmidt driewieler autootje bij elkaar zwoegde, kwam oom Jan zijn blinkende nagelnieuwe Opel Kaptein showen. 'Gij ziet èrpels jongen, ik zie knaken...'
Ik zie hem nog uitstappen, de achterbak open doen waar hij een vierkant doosje uithaalde en het aan mij gaf. Zijn grote hand zwierde over mijn koppie. Er stond een Shell logo op en het bevatte een rubberen stuiterbal. Hij liet me zien hoe hoog ie kon.
Oom Jan was op feestjes altijd rustig. Maar tante Corry was luid en duidelijk aanwezig. Haar rollende lach maakte iedereen aan het gieren. Wat heel grappig was wanneer zij een soort stoomboot geluid voortbracht, als ze ademhaalde tussen het schateren door.
Er waren feestjes waarbij ik heb gezien dat ooms en tantes opgekruld op de achterplaats lagen te huilen van het lachen omdat het binnen niet meer uit te houden was. Ik stond voor het open slaapkamerraam van mijn vader en moeder en zag tantes met een natte broek die tegen hun samengeknepen benen aan plakte. Met tussenpozen ging beneden in de woonkamer de misthoorn van tante Corry.
Het Piepke was een idylle. Friet eten zo veel als ik maar wilde. Fijne aandacht. Zelf kroketten of nasischijven bakken. Want dat mocht ik wanneer ik als elf jarige kwam logeren in dat verre Limburg.
We gingen er met het hele gezin heen in een pistachegroen Dafje 33. Een lange reis van wel 70 kilometer, zeker vanwege het hoge brommende geluid in de auto. We keken uit naar Jan en Corry in hun witte jassen. En naar hun frites die we aan formica tafels en op rode skai leren bankjes zouden eten. Coca-cola in ijskoude flesjes, twee rietjes.
Vader en moeder gingen met mijn twee broertjes weer naar huis.
Ik mocht mee helpen met softijs maken. Discodip bijvullen, afvalbakken legen en colaflesjes uitspoelen zodat er geen wespen in de zaak zouden komen. Aan de achterzijde was een afhaalloket waar het ook altijd druk was. Dus ook daar mocht ik helpen. Aaien over de bol van oom Jan. De meestal natte handen van tante Corry op beide wangen en dan een klapzoen.
Ik heb er gelogeerd toen Elton John met Kiki Dee, ieder uur op de radio was met 'don't go breaking my heart'. De zomer van 1976. Inmiddels was ik groot genoeg om Sittard te verkennen en kwam ik Lily tegen. Haar ouders hadden een café aan de Markt.
We hingen samen rond in de Pam Pam. Een broodjeszaak op de hoek van de Markt. We konden naar de draaideur bij de ingang van de V&D kijken. Soms schuurden onze knieën tegen elkaar en lieten we het zo. Lily leek een beetje op Kiki Dee en ik vond haar leuk. Knap.
Tante Corry vroeg me om haar te helpen door geschrapte aardappelen uit de kelder van Pam Pam te halen. Zo'n sterke jongen kan dat wel. Klapzoen. In die bedompte kelderruimte stonden een soort centrifuge om aardappels te schillen en een flipperkast op een pallet. Er stond een laagje water in. Het rook er vochtig en muf. Maar de flipperkast werkte nog.
Lily en ik gingen die zomerweek steeds vaker naar beneden om te flipperen. We speelden met ieder een flipper en trokken om beurten aan de lanceer knuppel waarvan de veer gaar geworden was. Het licht van het scorebord zette haar haar huid in een magische gloed. Af en toe raakte mijn hand de hare als ze op de kast rustten.
Het klakken van de metalen ringen van de Bally Freedom, het ratelen van de score cijfers en het volgen van de bal vormden een kosmos waar mijn verliefde hart om deze mysterieuze Lily heen tolde. Nooit kwam tante Corry me zoeken maar vroeg ze wel of we fijn hadden geflipperd. Haar donkere ogen speurden mijn diepten af, haar mondhoeken krulden heel lichtjes. Een kneepje in mijn wang.
Het kamertje waar mijn bed stond keek uit op de Markt. Als ik naar rechts keek zag ik het terras van Lily's café. Christal Alken. Ik dacht dat het café zo heette. Ik zocht haar maar vond haar niet. De ramen boven het café waren donker. In mijn hoofd de violen in de bridge uit het zomerhitje.
Mijn vader haalde me die dag weer op. Een stralende dag met een helderblauwe hemel. Ik ben nog langs het café gelopen. Die jongen met een rode ribfuwelen broek en een knalgeel shirt. Die smiley op zijn rechterbovenbeen. We hebben nog een brief geschreven Lily en ik.
Later zijn oom Jan en tante Corry naar Mierlo verhuisd om daar een cafetaria te beginnen. Ik ging er graag naar toe maar er ontbrak iets. We zijn elkaar langzaam uit het oog verloren. Regelmatig dacht ik er aan om herinneringen met Corry op te halen. Oom Jan is al lang geleden overleden. Ik wilde weten hoe zij mijn ouders kende. Wat zij allemaal mee heeft gemaakt in het friet gebeuren. En ergens hoopte ik dan iets uit die zomer van '76, een parel uit die eindeloze zee van herinneringen te vissen.
Tegen beter weten in. Er bevindt zich een veranderde, oud geworden wereld daar onder water. En toch wil ik vissen. Het is niet zomaar nostalgie of het herkauwen van herinneringen. Voor mij is het dankbaarheid voor alles dat mijn bestaansrecht ooit bevestigd heeft.
Ik ben een keer gaan kijken naar het Piepke toen ik zelf kinderen had gekregen. Het was een speelautomatenhal geworden. Donker. Met stroboscopische gloed uit gokkasten.
Ook Pam Pam was getransformeerd tot een Dönertent. Ik ben naar het Christal Alken café gelopen en ongemakkelijk aan de bar gaan zitten met een biertje. Zodat ik legaal even naar het toilet kon gaan.
Op de muur schreef ik: Piepke= Lily + Wim =Pam Pam. Het is een ode aan kalverliefde. Een buiging naar de vergankelijkheid. De code voor dankbaarheid.
Tante Corry is afgelopen week langzaam weggegleden naar de andere kant. Veel anderen waren al daar. Ooit ga ik haar weer helpen en breng ik zakken vol vers geschilde aardappels en dragen we allebei een witte jas. Kneepje in jouw wang.





Reacties
Een reactie posten