Zaterdagmiddag
Ze stonden met hun vieren wat te hangen bij hun fietsen. De jongens met de onderarmen over de sturen. De meiden leunden met de punten van hun schoenen op de grond. Ik liep op ze toe en op de achtergrond leek het van Maerlant lyceum zich over ons heen te buigen. Ik was over Memory Lane aan het slenteren en bewust van mijn middelbare leeftijd. De middelbare school stond er nog exact zo fris bij als in 1979.
De jongens maakten met een lauw handgebaar hun afscheid. De ogen van de meisjes stonden rozig. Bedwelmd. Toen ik op de plek liep waar zo even de mannen stonden, leek ik een energiewolk te doorkruisen. Wat zijn ze schrijnend mooi op deze leeftijd.
Veertig jaar geleden fietste ik ook ooit op deze manier weg. Een lauw zwaaiende hand, dan het stuur en voorwiel slepend over de tegels en de achterkant van mijn jas bezet met honderden blinde ogen.
Zo ging het nu ook met hen. De meisjes keken ze na. Hun pastel iPhones met oortjes in hun ene, het fietsstuur in de andere hand. Anders dan ik hoeven zij niet te weten dat ik het snijden van een afscheid zonder WhatsApp of Instagram ken. Het was onzeker afwachten of we elkaar snel weer konden bereiken. We hadden thuis net telefoon met draden er aan. Mijn vriendinnen waren ergens in een verte zonder telefoon. Het verlangen naar de volgende keer was al versmolten met ieder afscheid. Daarom keek ik toen minstens vijf keer om.
Deze mooie jonge mannen niet. Nu keek ik weer om naar de meiden. Om te zien of ze nog eens opzij zouden speuren naar hun mannen. Ze deden het niet. Ik weet niet zeker in welke tijd ik liever dronken van verliefdheid zou zijn.
Reacties
Een reactie posten