‘Andre Kuipers zei altijd…’
‘O nee, Ooow nee toch niet dat André Kuipers verhaal weer!’
Mathijs van Nieuwkerk liet de vingers van beide handen op zijn DWDD tafel
roffelen. De duimen onder het blad, het lichaam iets naar achteren hellend en
zijn hoofd afgewend. Nu kon je de kraaienpootjes rond zijn ogen zien aftekenen.
Ik zag ook dat de visagie zijn haar vooral voor de frontale camerashots gekapt had. De tanden van Mathijs lagen over
de hele linkerflank van zijn gezicht bloot gelachen. Wit. Geen spoortje
amalgaamvullingen of een flintertje spinazie. Perfect. Behalve de loodrechte
haarplaat op zijn achterhoofd.
Het publiek in de studio achter hem deinde onrustig mee in
het walgen en afwenden, dat van Nieuwkerk deed. Wat André Kuipers altijd placht
te zeggen nam als een roze olifant plaats in alle hoofden die deze
donderdagavond uitzending van De Wereld Draait Door volgde. Als Kuipers weer
veilig op aarde was terug gekeerd, konden andere astronauten dat juist niet zeggen
tijdens een verblijf in de ruimte van vier dagen of langer. Opsluiting in
kleine ruimtecapsules kent nu eenmaal
vele ongemakken en beperkingen.
Vincent Icke, de sterrenkundige rebel die zo graag had
willen zeggen wat André Kuipers altijd zei, maar wat nu door de talkshow host
afgekapt werd, lachte ook zijn tanden bloot. Hij schokschouderde en zijn
oorring schommelde aan het lelletje. De regie vergrootte het hoofd van Icke
eventjes fullscreen zodat we konden zien dat hij in zijn jonge jaren ernstige acne
had. Sommige putjes waren dermate diep dat de studiolampen kleine schaduwen
maakten op zijn huid. De gast van van Nieuwkerk, de blonde vlekkeloos knappe
god, is lelijk, pokdalig, zweterig en grauw.
‘Jah, Jaaah hahaha André ha ha ha’, ontsnapte uit Icke. De
volledige tafel kwam weer in beeld. Het publiek pikte het lachen van Icke op
maar liet dat direct weer los toen van Nieuwkerk “Terug naar de aardscheerder
dus….” zei.
‘Heer Icke met alle respect, zijn we nou aan een ramp ontsnapt
of niet?’ De studio viel stil en het gezicht met de te dicht bij elkaar
geplaatste ogen, verscheen weer vol in beeld.
‘Ik zou zeggen van zeker wel Mathijs. Kijk. Dit hier is de
aarde en dit kleine bolletje is de maan’, doceerde Icke. Hij hield een
kleerhanger aan de haak omhoog. Met aan de ene kant een gele tennisbal en aan
de andere een kleine strandbal waarvan de NIVEA letters slordig afgeplakt waren.
‘En dit kogellagertje stelt de planetoïde voor die op ongeveer 71 duizend
kilometer afstand tussen de maan en de aarde heen is gevlogen. Slechts op één
vijfde van deze afstand suisde hij gevaarlijk langs…’ De camera zoomde in op de
duim en wijsvinger van Icke, die hij op ongeveer één vijfde van het hangertje
hield.
‘Tsjonge! We zijn door het oog van de naald gekropen’, zei
van Nieuwkerk.
‘Jaaaa een voorwerp met deze massa en snelheid slaat met
gemak een krater van zo’n tien kilometer breed en 800 meter diep Mathijs. De
hele Randstad zou weggevaagd worden door schokgolven, wegspuitend puin, staal
en gas. Een verzengende vuurzee, met gemak de kracht van 45 waterstofbommen.’
‘Sooow, dat klinkt wel heftig heer Icke…’
‘Ja Mathijs en dat allemaal in een split second. Je kunt
hier heel erg angstig van worden, maar als je in een straal van zo’n 35
kilometer van de inslag bent, blijft er alleen wat roze poeder van je over. De
tijd die je gezichtsvermogen nodig heeft om je hersenen te laten beseffen wat
er aan de hand is, die is zelfs te lang. Je merkt er niks van. In deze fractie
van een seconde zijn we tot stof wedergekeerd.’
Van Nieuwkerk tuit zijn lippen en kan alleen het hoofd wat
laten knikken. ‘Tsjonge. Heftig.’
‘Kijk’ zegt Icke, ‘ik woon zelf in Leiden zo’n 45 kilometer
hier vandaan. Als deze kleine donder hier in de Westergasfabriek in zou slaan,
dan zie ik in Leiden direct een lichtflits. 8,2 seconden later ervaar ik een
drukgolf en zie ik als ik geluk heb de daken van de huizen in het rond gaan,
gevolgd door een oorverdovende knal die mijn oogbollen uit zijn kassen zou
slaan. Na tien minuten bezwijk ik aan inwendige bloedingen en sterf ik een
pijnlijke dood. Pas buiten een straal van 120 kilometer wordt het rustiger en
is er voldoende energie geabsorbeerd door de aardkorst, gebouwen en bomen. Dus
ja, we zijn aan een ramp ontsnapt Mathijs.’
‘Professor Icke. Verlos
ons van het kwaad’ zegt Mathijs. ‘Wat is de stand van de techniek. Kunnen we
dit voorkomen. Zijn we al zo ver?’ Van Nieuwkerk draait zich direct om naar het
gemurmel in het publiek. Er schuift een microfoonhengel achter de presentator
langs terwijl we horen dat ‘Eus iets wil zeggen. Jongens een microfoon hier.
Eus wil iets zeggen. Herhaal dat even Eus.’
We zien de knuffelturk en bekeerd literaire kwajongen Akyol
zitten. De met literatuur bewaterde woestijnroos die mocht komen bloeien in
DWDD. Van Nieuwkerk spoort de ostentatief verlegen Akyol aan. ‘Kom op Eus. Dit
snijdt hout. Hard hout. Kom op.’
‘Ik zei’ zegt Eus, ‘Trump en Xiping. Van Nieuwkerk; ‘Ja dus?’ Nu draait ook Icke zich om en
tordeert zijn hele bovenlichaam. Hij mist een tand in de zijkant van zijn
gebit.
‘ja weet je. Amerika en China hebben al lang een techniek
ontwikkeld om die gevaarlijke stenen weg te laseren.’ Icke knikt. ‘Jaaah,
jaaah..’ Maar Eus gaat nu harder praten: ‘Nee maar, nee maar ja en weet je ze
doen dat echt niet om die Aardscheerders te vernietigen. Ze willen gewoon
elkaars kracht laten zien. Het is gewoon een wapenwedloop, echt ik zeg het je.’
Ook Eus gaf zijn lippen nu een tuitje zoals van Nieuwkerk dat kan. Ook kan. Zou
het een alfamannendingetje zijn, het tuiten der lippen?
De stilte die volgt is enigszins verwarrend. Zelfs van
Nieuwkerk die een meester is in het vlot trekken van gestrande discussies lijkt
het af te laten weten.
‘Vincent. Aan jou het laatste woord.’ Maar we horen Eus
buiten de microfoon roepen “Ikke, Ikke, Ikke en de rest kan Mikke”. De regie is
net te laat bij Akyol terug die tandeloos lacht. Door naar van Nieuwkerk.
‘Vincent, zeg iets.’
De sterrenkundige kaapt een paar kostbare DWDD seconden door
langzaam in te ademen voor die laatste woorden.
‘Mathijs. Eus’, begint Icke. ‘Laat me alsjeblief uitpraten. Kijk. We
hebben veel, zeer veel aan de kosmologie, de sterrenkunde en de ruimtevaart te
danken. En dan kom ik zo meteen toch even terug bij wat André Kuipers altijd
zei. Maar denk aan het klittenband, de gaffertape, het anti aanbaklaagje in
onze pannen dat we teflon noemen. Onze navigatieapparaatjes, speciaal schuim
met een geheugen dat in sommige matrassen zit, rookmelders en snoerloze
krachtige boormachines. Zelfs de krasbestendigheid van brillenglazen. De
uitdagingen van de ruimte hebben de techneuten gedwongen om onconventionele
oplossingen te vinden. Ook het 3-D printen, waarvan André Kuipers beweerde dat
het idee niet op aarde is ontstaan, maar in een van de maanlanders.
Waarschijnlijk in het hoofd van Buzz Aldrin. Hoe zit dat. Dat zit zo. Je moet
weten dat het in deze minuscule ruimte met drie mannen er in naar dode
kippenpoeder gaat ruiken. Er is namelijk geen plee in de capsule en de
astronauten doen hun behoefte in een luier. ’
De camera flitst kort via van Nieuwkerk, naar Akyol en de
tribune. Icke heeft de mensen in zijn greep met dit verhaal.
Icke heeft zichtbaar plezier en er ligt een lach tussen zijn
woorden verscholen. ‘Deze luiers hebben trouwens een grappige naam: de MAG en
dat staat voor Maximum Absorbency
Garment. Ha ha. Het patent op het poeder dat door plas in gel verandert,
is in de zeventiger jaren door Procter en Gamble gekocht. Baby Dry weet je nog?
Ha ha. Maar goed. Buzz Aldrin dus, die
had een snel werkende spijsvertering en poepte op aarde al twee of drie keer
per dag. Toen Michael Collins, de derde astronaut naast Buzz en Neil Armstrong,
zich realiseerde dat er bij de maanlanding onderdelen van de landingspoten af
zouden kunnen breken, moest Aldrin weer eens poepen. Met de combinatie van deze
twee gegevenheden werd het idee geboren om kapotte onderdelen te kunnen
vervangen door ze te 3-D printen. Briljant idee natuurlijk. Twee jaar later,
augustus 1971, stond er een werkend prototype in Aldrins garage te pruttelen.’
Icke priemde een vinger in de lucht. ‘Met een metaal emulsie
die uitgehard was nog voordat de printer op dezelfde maar dan hogere
coördinaten ter plekke was. Tsja en daarom mijne heren associëren we de woorden
van André Kuipers met de uitvinding van de 3-D printer.’
Van Nieuwkerk keek verbaasd naar Icke en trok hierbij zijn
hoofd zo ver naar achteren dat er een rol huid onder de kinnebak plooide die de
presentator direct een paar jaar ouder deed lijken. ‘Maar Vincent, dat was toch
Wubbo Ockels die….’ ‘Nee nee nee… ‘onderbrak Icke meteen. ‘Een bruine trui
printen, dat zijn toch echt de woorden van André Kuipers. André Kuipers klaagde
altijd over de ijzige koude die in het ISS heerste, al heeft hij tijdens zijn
twee missies zelf nooit in een luier hoeven te poepen. Als de kikvorsmannen de
ernstig verzwakte Kuipers uit de capsule tilden was dat dus het eerste dat hij
zei. Desnoods in het Russisch: a teper' raspechatayte korichnevyy sviter.’
Van Nieuwkerk heft zijn armen in de lucht. ‘Soit. Tot zo
ver. Tot morgennnnnn.’ Hij slaat hierbij zijn bekende roffel van drie op tafel.
In het laatste shot steekt van Nieuwkerk Icke een hand toe maar deze wordt niet
beantwoord. Vincent Icke is aan het luchtbreien en lacht breeduit. Er blijken
meerdere kiezen te ontbreken.




Reacties
Een reactie posten