Ik zit in mijn maag met de non-argumenten die protesterende boeren
gebruiken, zodat ze door kunnen gaan met
hun destructief handelen. En ook stuit het mij tegen de borst dat de boeren zoveel steun krijgen van Nederlanders
omdat “zij voor ons vreten zorgen”. Als je een kritisch geluid kunt waarderen lees dan
verder om de hoge prijs te zien, die we in feite betalen voor de boerenstand van Nederland.
Om dan maar met het argument “ze zorgen voor ons vreten” te beginnen: ik doel op de industriële veeteelt en de akkerbouw. Deze produceren 20% voor de Nederlandse markt. De
overige 80% is voor de export. We kunnen dus van nog meer melkvee- en varkensboeren af. Burp.
We hebben relatief goedkoop voedsel in de supermarkten
liggen. Veel consumenten kiezen voor hun portemonnee en vaak voor het goedkoopste. Dit kan niet langer zo doorgaan. We betalen met
ons allen namelijk niet de echte prijs voor ons voedsel. De werkelijke kosten zitten verscholen in klimaatverandering, de dramatische achteruitgang van insecten- en plantensoorten en het verlies aan biodiversiteit. De volgende dertien punten
zijn een reden om onze boeren kritischer te bekijken. En dus te stoppen met gedachteloos
duimpje opsteken en omgekeerd vlaggetje zwaaien naar brullende tractorcolonnes.
- Goedkoop maar niet heus (vooral kippen)vlees wordt geïnjecteerd
met zout water omdat je per kilo betaalt. Daarom houd je na het bakken ervan maar 70% van
het volume over. Helaas wordt de smaak er niet 30% beter op. Je hebt een kat in
de zak gekocht. Een fopkip. Goedkoop is duurkoop. Wat dan wel: biologisch, duurzaam of drie sterren vlees kopen. Koop minder per week. Beter voor iedereen en echt smaakvoller.
- De kwaliteit van dierlijke mest is zo slecht dat die niet
geschikt is voor het voeden van de bodem. Het veel te hoge ammoniakgehalte en de aanwezigheid van medicijnresten maakt vruchtbare mest in feite tot chemisch afval.
Ammoniak verdringt bodemmineralen die voor plantengroei essentieel zijn. Alleen de
zuurminnende planten overleven nog op het steeds schraler wordende platteland.
- Hierdoor verdwijnt de diversiteit aan planten en
zien we in Brabant bijna alleen nog maïs, brandnetels en bramen in de ‘natuur’. Zeldzame plantensoorten worden overwoekerd door grassen. Bomen met hun wortels niet meer bij essentiële mineralen komen en nemen te veel giftig aluminium op.
- Waardoor insecten, vogels en amfibieën verdwijnen die afhankelijk zijn van de zeldzamere insectensoorten.
- Naast verarming en verzuring van de bodem is er
ook nog verdroging en verdichting van de zandgronden en komt de kwaliteit van ons drinkwater
in gevaar. De bomen hebben het moeilijker doordat de oppervlakkig
wortelende boomsoorten droog komen te staan. Berken en sparrensoorten leggen massaal het loodje op dit moment. Eiken hebben een dunnere kroon. Ze staan op omvallen. Zware want grote landbouwmachines persen schimmels, micro organismen en regenwormen samen waardoor water en zuurstof onvoldoende door kunnen dringen.
- En dan de (mega)stallen. Ze stoten naast
ammoniak ook stank en fijnstof uit. Het zijn broedplaatsen voor infectieziekten.
Varkenspest, mond- en klauwzeer, vogelgriep en Q-koorts. Een nieuwe pandemie ontstaat waarschijnlijk in een van onze vee stapelplaatsen.
- Wat weer een reden is om bakken met antibiotica,
standaard door het diervoer te mengen. Waardoor er resistente bacteriën (zoals MRSA) ontstaan die levensgevaarlijk zijn voor mensen met een zwakke weerstand.
- Niet efficiënt. Dat diervoer wordt behalve door monocultuur (maïs)
door het eiwit rijkere soja en graan uit Oekraïne voorzien. Het wordt tevens met bulktankers over de oceanen
vervoerd vanuit landen waar regenwoud of oerbos is gekapt. (Er is ongeveer 13 kg graan en 30 kilo gras nodig om één kilo rundvlees te produceren terwijl 2,3 kilo graan genoeg is voor 1 kg kip). Word vegetariër of flexitariër en draag bij aan een verlaging van CO2 uitstoot door de vleessector.
- Als je naar een grasland of maïsveld kijkt dan zie je nauwelijks nog klaver, paarden- of korenbloemen. Die worden weggespoten door herbiciden, gewas ‘beschermings’ middelen en insecticiden. Mogelijk is Roundup (het door boeren zo geliefde onkruid bestrijdingsmiddel) kankerverwekkend en zijn andere middelen verantwoordelijk voor verstoringen van ons immuun systeem, hormonale- en bloedafwijkingen.
- Marktverstoring door dumpen van jonge dieren.
Boeren trekken melk uit koeien en geiten. En dat geven ze alleen als ze gejongd
hebben. Eigenlijk zijn kalfjes een afvalproduct. Maar daar weet de industrie
wel raad mee. Dus worden dieren in hoog tempo vetgemest, op transport gezet en in het
buitenland gekeeld. Waardoor ook de lokale markt in het buitenland overspoeld
wordt met mishandeld industrievlees. Overschotten worden in katten- en hondenbrokken verwerkt.
- Dierenleed. We sluiten onze ogen voor de
misstanden in de stallen, de veetransporten en de slachthuizen. Dieren in
megastallen kunnen geen natuurlijk gedrag hebben. Dus hebben ze stress en
voelen ze zich beroerd. Kalfjes worden bewust met bloedarmoede gefolterd zodat het vlees mooi roze wordt. Jammer dat het vee niet kan spreken, boeken schrijven
of kan vloggen. Je zou je kapot schamen voor het mede mogelijk maken van zo
veel horror. En dan zijn er de stalbranden nog waarbij duizenden dieren levend
geroosterd worden. Als wij net als vroeger onze eigen maaltijd zelf zouden moeten slachten, zou er bar weinig meer gebarbecued worden.
- Overschotten. Wat te veel geproduceerd wordt
komt niet op de lokale markt. Logisch, dan wordt voedsel bijna gratis. Dus
wordt het vernietigd. Behalve roomboter. Die stapelen we in vrieshallen op tot
hoge boterbergen en we leggen het op ons hoofd. Ik, jij en wij houden een ziek systeem in stand. We kunnen idealistisch zijn maar we zijn geen heiligen. We hebben sturing nodig door een ferme overheid die normen stelt en stuurt op rechtvaardigheid en duurzaamheid.
- En dan tot slot nog de subsidies. Ook dat is een hulpmiddel om te zorgen voor een gestage stroom aan voedsel. Maar het merendeel van dat gratis geld wordt gebruikt om in stand te houden wat we al hebben: veel boeren willen helemaal niet met natuur en een natuurlijke balans bezig zijn. Die willen een Mercedes en hun drie zonen blijven zien als directeuren van een nieuw veeteeltbedrijf. Als zij circulaire, biologische en duurzame landbouw hadden gewild, dan hadden ze zichzelf daar veertig jaar geleden al lang hard voor gemaakt.
Moeten we dan tegen de boeren zijn?
Nee natuurlijk niet. Boeren werken doorgaans lange dagen en erg hard. Ze hebben verstand van heel veel dingen tegelijkertijd: van dierenverzorging en dierziekten, van handel en plantkunde, ze moeten goed kunnen plannen en handig zijn met reparatie van hekwerk tot haperende machines. Het weer, schommelende prijzen op de veiling, omgaan met lobbyende farmaceuten of leveranciers van stalsystemen. Mestquota, administratie en vergunningen. Tegenwerking krijgen als je biologisch en duurzaam wilt boeren. Weerstand bieden aan criminelen die een leegstand schuurtje wel als drugslab willen gebruiken. En nog veel meer. Ga er maar aan staan.
Allemaal boter op ons hoofd
De politiek vormt samen met de grote banken (vooral de Rabobank), voederbedrijven (o.a For Farmers), supermarktketens en adviesorganen een flipperkast waar de boeren slechts een nikkelen knikker in zijn. Ik, jij en dus wij bepalen hoe het spel gespeeld wordt. Door onze keuzes in wat we eten en hoe we onze politieke voorkeur laten blijken.
We
kunnen van de boeren houden die ons voedsel op een duurzame en moreel
verantwoorde wijze kunnen produceren. Als de boeren laten zien dat wat kwetsbaar en van
waarde is voor de toekomst, hun bescherming krijgt dan ben ik bereid om samen
met hen een barricade te beklimmen. Maar als ik de 13 hierboven zie, wil
ik vooralsnog eerst veel boeren laten.
Burp. Ik reken op politiek leiderschap dat daarvoor vastberaden de knopen door gaat hakken.





Reacties
Een reactie posten